Ike van Cleeff - Wachtertje
Zijn ontstaan, omzwervingen en eindbestemming
Twee opengesperde ogen kijken me aan. Ze behoren toe aan Wachtertje, dat sinds kort op wacht staat op het Amsterdamse Lloydplein. Waar komt hij vandaan? Hoe is hij op het onlangs gerenoveerde plein terecht gekomen?
Beeldhouwer Ike van Cleeff, de maker van Wachtertje, heeft net als hij een hele reis afgelegd. Maakte ze aanvankelijk grensverkennende non-crossovers, tegenwoordig maakt ze crossovers, beelden die zich op de domeinen van de schilderkunst & tekenen én het theater begeven. Maar al haar figuren, personages en wezens hebben één gelaatstrek gemeen: hun opvallende ogen.
Wachtertje


Sinds 18 juni 2024 is het Amsterdamse Oostelijk Havengebied (OHG) een beeld in de openbare ruimte rijker. Tussen 16.00 en 18.00 uur vond de onthulling van Wachtertje (2002) plaats tijdens de feestelijke opening van het gerenoveerde Lloydplein. Beeldhouwer Ike van Cleeff (Den Haag, 1952) de maker van Wachtertje, assisteerde bij de onthulling.
Omdat ik Wachtertje al eerder op diverse plekken heb gezien, ben ik benieuwd naar zijn ontstaan en zijn omzwervingen.
Ike’s vorige atelier lag in het Westerpark. Het stadsdeel organiseerde rond de eeuwwisseling een inschrijving voor een beeld op een plein dat was gesitueerd op een voormalige begraafplaats. Ike besloot mee te doen. Het leek haar toepasselijk om die verdwenen functie weer in herinnering te brengen. Daarom liet ze zich voor haar ontwerp inspireren door de grafwachters die in oude en oosterse culturen de wacht hielden bij grafkamers en graven.
Ze kreeg de opdracht niet maar besloot het beeld toch te maken. Anders dan haar krijgshaftige inspiratiebronnen oogt Wachtertje fragiel voor iemand die op wacht staat. Zijn houding drukt onzekerheid uit, ‘hij doet zijn best om niet bang te zijn’, lees ik in de beschrijving op Ike’s website. Het lijkt of Ike dat onzekere en bange nog eens onderstreept door hem Wachtertje in plaats van Wachter te noemen. ‘Toch is het zijn taak anderen te beschermen of te waarschuwen als er onraad dreigt. Hij let serieus op, maar het lijkt of hij niet weet wat hem te wachten staat’. Het meest opvallend zijn z’n opengesperde ogen. Angstig, alert, of geschrokken?



Ike voerde hem uit in gips dat ze ‘patineerde’ met een gipslak die ze had gemengd met pigmenten. Zo leek hij van brons. Zo konden eventuele belangstellenden zich een voorstelling maken van hoe hij er zou uitzien in brons. Een paar jaar later liet ze hem in brons gieten. Bij het maken van de mal kreeg ze hulp van collega-beeldhouwer Marianne van der Kooij. Bronsgieter Maarten Smit nam het patineren voor zijn rekening.



Bij gebrek aan een vaste plek heeft Wachtertje op verschillende plekken ‘op de kijk’ gestaan. Zo hield hij, samen met Bergwachter, de wacht op de grafzerken in de Amsterdamse Oude Kerk (‘14 beeldverhalen in een havenkerk, 2003 ), keek hij in 2005 in de Hortus Botanicus van Delft uit over de beelden van Ike’s collega-beeldhouwers van het ABK, en in de centrale bibliotheek (OBA) op het Westerdok in Amsterdam stond hij in 2015 op wacht naast de trap, om in de gaten te houden wie boven de door Ike gecureerde expositie ‘beelden en gedichten’ gingen bekijken.
Het lijkt logisch Wachtertje te vergelijken met de wachter waarmee Ike voortborduurt op het thema: Bergwachter (2003). Harry J. Kraai merkt op dat de laatste heel anders van karakter is. ‘Zijn forse postuur straalt zelfverzekerdheid uit. Hij denkt er het zijne van en hij staat neutraal tegenover naderend onheil. Hij is onafhankelijk. Met zijn rudimentaire vleugels en snavel kan hij indringers verjagen. Vanaf zijn hoge positie kan hij als een kraai luid krassend over hun hoofden scheren.’



Na deze en andere avonturen stond Wachtertje zich te vervelen in Ike’s huidige atelier ‘Xpositron’ in Amsterdam Westpoort. Daarom ging Ike, sinds 2001 woonachtig in het Oostelijk Havengebied, actief op zoek naar een geschikte locatie. Uiteindelijk kwam het Lloydplein in beeld, want het stadsdeel wilde de pleinen aan weerszijden van winkelcentrum ‘Brazilië’ renoveren. De op kinderen gerichte renovatieplannen voor het Lloydplein maakte deze locatie uitermate geschikt voor Wachtertje. Eerst probeerde buurtgenoot Jan Jaap Berkhout, die al het lobbywerk voor Ike op zich nam, de horeca rond het plein voor Wachtertje te winnen. Die zagen hem wel zitten, het stadsdeel ging na enige aarzeling overstag en kocht Ike’s beeld aan. Maar toen moesten diverse commissies nog akkoord gaan. Normaliter gaat het andersom; na akkoord van de diverse commissies volgt de aankoop. Het bleek noodzakelijk om Wachtertje vandalismebestendiger te maken. Zijn ogen werden ‘verstevigd’, zodat hij nog beter kan waken over de spelende kinderen die zich uitleven op de speeltoestellen of in de op-en-neer dansende grondfonteintjes. Zo kon hij op 18 juli worden onthuld. Eindelijk had hij zijn eindbestemming bereikt.
Ike heeft veel waardering voor het door het stadsdeel in haar én Wachtertje gestelde vertrouwen. Vooral Carla Beijer, projectleider Lloydplein, heeft zich ingezet voor zijn komst. In het geval van schade staat het stadsdeel garant voor de restauratie. Bijzonder in deze tijd waarin de overheid kunst en kunstenaars minder lijkt te waarderen en vaak uitblinkt door wantrouwen jegens haar burgers.
Tijdgenoten en opvolgers
Mijn atelierbezoek aan Ike in voorbereiding op dit blog heeft me overtuigd dat het opportuun is verder te kijken dan het Wachtertje. Hoe verhouden hij en zijn tijdgenoten zich tot de recente opvolgers Ike nu maakt? Ike zelf noemt het ‘kijken’, het in de gaten houden wat er om ons heen gebeurt, niet alleen met de ogen maar ook gevoelsmatig. In zijn tekst over Ike’s beelden verwoordt Alex de Vries dit heel raak: ‘De beelden van Ike van Cleeff reiken naar iets, ze steken hun antennes uit en zetten hun zenders en ontvangers aan. Ze tonen een ontvankelijkheid die open en vriendelijk is.’


Verder ben ik verrast te ontdekken dat Ike zich tegenwoordig ook aan crossovers waagt. Toen ik Ike en haar werk kort na 2000 leerde kennen noemde ik haar een verhalenverteller. Het narratieve van haar beelden was toen grensverkennend richting het theater, waarschijnlijk omdat ze in haar jonge jaren gefascineerd was door het poppentheater, waar levenloze objecten met minimale ingrepen veranderden in levende wezens. Zo is Aardbeving (2006), een vrouw die roert in een schaal die ze in haar handen houdt, een personage uit een verhaal. De schaal is een ‘echte’ schaal (‘objet trouvé’) en fungeert als rekwisiet. Voordat de vrouw gestalte kreeg in klei/gips, had Ike haar al bedacht en een naam en een karakter gegeven. Ze is ingegeven door een vrouw die Ike na de aardbeving in Pakistan zag op de televisie. Ondanks de ravage om haar heen, maakte ze gewoon een maaltijd klaar. Maar haar blik dwaalde over de bergen. Een emotioneel moment dat past in het grote verhaal van natuurrampen en zo het anekdotische overstijgt.


Verder maakte Ike ook tekeningen en sommige beelden gingen de kant van ruimtelijke tekeningen op, zoals Vlucht (± 2005) en Spookje (± 2005).
De stoet van vluchtelingen werd ingegeven door de eindeloze vluchtelingenstromen; het raakte haar hoe mannen en vrouwen bepakt en bezakt, soms met hun kinderen op de rug de bergen overtrokken.
De platte figuurtjes van de vluchtelingen lijken uit een tekening op papier te zijn geknipt. Alleen was het geen papier maar dunne koperplaat en de schaar was een metaalschaar.
Spookje is een ruimtelijke tekening van metaaldraad die Ike heeft ‘ingekleurd’ met een wit spookgewaad van Crystal Clear. Zijn ogen zijn twee rode ringetjes. Hij is te lief om angstaanjagend te zijn. Wellicht moet hij het spoken nog leren. Aardbeving, Vlucht en Spookje maakten deel uit van het door mij gecureerde ‘Duet 25’ (2006) bij SBK-KNSM.
Voor beelden zoals Wachtertje, Bergwachter en Aardbeving maakt Ike eerst een ijzeren skelet, daaromheen vormt ze met klei het beeld. Vervolgens maakt ze mallen en gebruikt die om het beeld vorm te geven in een sterke gipssoort. Kraai wijst erop dat Ike’s sculpturen soms uit een spontane tekening ontstaan. ‘Maar de lijnen mogen het beeld niet gaan bepalen. Ike ziet haar tekeningen als zelfstandige uitingen. Opvallend is dat de koppen gezichten zijn zonder volumes, als in een lijntekening. Het meest kenmerkende element hierin is het 'oog' dat in veel van haar huidige beelden nog steeds terugkomt.’
Crossovers
Tot voor kort waren Ike’s beelden niet grensoverschrijdend. Hoewel er een wisselwerking met haar tekeningen bestond, gingen ze nooit de grens over. Tot mijn verrassing maakt Ike tegenwoordig wel crossovers. Haar personages begeven zich op de domeinen van schilderkunst & tekenen én het theater.
Getuigen
Ike van Cleeff – Getuigen (2021), op NDSM FUSE ‘Nieuw New Babylon’
De eersten die de grens zijn overgegaan zijn de Getuigen (2021), een beeldengroep die momenteel (zomer 2024) op de NDSM FUSE expositie ‘Nieuw New Babylon’ is te zien. Ike is aan de groep begonnen in de Coronatijd. Daarnaar verwijst ze met de titel: haar personages waren getuigen van alles wat er toen gebeurde: de 1,5-meter samenleving, de mondkapjes, de lockdown, de complottheorieën over de oorsprong van Covid-19 en vaccinaties. Ze sloegen gade hoe de saamhorigheid aan het begin van de pandemie plaats maakte voor toenemende polarisatie.


Veroordeeld tot haar atelier ging Ike experimenteren met wat in haar omgeving voorhanden was. Zo maakte ze voor Getuigen knipsels van karton uit de afvalbak. De uitgeknipte figuren doen denken aan die van de uit koperplaat geknipte figuurtjes van Vlucht. Ook doen ze denken aan Spookje. Ike heeft haar kartonknipsels eerst voorzien van kleur, om ze daarna op de muur van haar atelier te rangschikken tot een collage, waarbij de muur fungeert als papier. In een volgende fase heeft ze met behulp van rubberen mallen de figuren gevormd/vervaardigd met AcrylicOne (A1) gemengd met pigment, wat resulteerde in platte reliëfachtige sculpturen. Daarbij zijn de kleur en de textuur van het karton behouden gebleven.
Waar Ike zich vroeger beperkte tot de kleur van het materiaal, is ze nu in de voetsporen gestapt van beeldhouwende schilders, zoals Picasso, Degas en Gauguin, die begin vorige eeuw het taboe op het beschilderen van beelden doorbraken.


Tot slot heeft Ike op haar gebruikelijke manier de figuren vertaald in organische beelden, assemblages bestaand uit voetstukken van met pigment gemengd gips waarop ze de AcrylicOne-koppen heeft gemonteerd. Opgesteld in een rij of groep lijken ze personages op een podium. Hun kleurige hoofden hebben soms één of twee, dan weer meerdere ogen. Sommigen van deze personages ogen aards, anderen lijken wezens van elders uit het heelal. Samen zijn ze getuigen van ons doen en laten.



Ieder van de getuigen heeft een eigen karakter, kijkt op z’n eigen manier naar de zaken. Toch zien ze niet allemaal hetzelfde. De kleine met het rode hoofd is de ‘benjamin’ van het gezelschap, hij is eigenwijs en recalcitrant. De blauwe heeft één alziend oog maar zijn mond is afgeplakt, hij is monddood. De zwarte vertegenwoordigt het universum met duizenden op aarde gerichte ogen.
Nu Corona achter ons ligt zijn ze getuigen van enerzijds een ‘back to normal’ en anderzijds een steeds woeliger wordende wereld. Mijn vergelijking met een jury vindt Ike niet opgaan. Want haar Getuigen doen geen uitspraak, komen niet tot een eindoordeel, laat staan een veroordeling.
Unknown of Time passing by


Verwant aan Getuigen is Unknown/Time passing by (2024). Tijdens mijn atelierbezoek hingen uit pakpapier geknipte figuren aan de muur. Ook deze vijf zijn ‘voorlopers’ van een beeldengroep. Het arrangeren van de knipsels tot figuur, en van de figuren tot groep is spelenderwijs gegaan. Al werkend aan de figuren vroeg Ike zich af: ‘waar gaat dit over?’. Vandaar dat ze koos voor Unknown als werktitel.




Vier knipsels heeft Ike inmiddels uitgevoerd in drie dimensies, als beeld, waarbij ze de knipsels nauwkeurig heeft gevolgd. Met uitvoering van de vijfde is ze net begonnen.
Gaandeweg is haar duidelijk geworden dat de beeldengroep gaat over tijd, meer specifiek over de tijd die voorbij gaat, iets waarbij je pas stil staat als je ouder wordt. Ike heeft het gevoel dat de tijd ‘dwars door je heen’ gaat. Die ‘tijdstroom’ beïnvloedt je, laat zijn sporen na, of je dat nu wilt of niet.
Anders dan Wachtertje en Aardbeving is Time passing by associatief ontstaan, en verbeeldt het geen verhaal, maar een gevoel.
Hoe zijn de vier voltooide figuren en de vijfde figuur in wording opgebouwd. Alle vijf zijn stapelingen. Stapelen is de oudste vorm van een beeld maken. In vroegere tijden dienden stapelingen om een plek te markeren. Welke plekken markeren deze vijf? Markeren ze wel plekken?
In alle vijf lijk ik wel een paar ‘ietsen’ te herkennen, maar nergens wordt dit ‘soort van’ concreet. Ik heb het gevoel dat Ike’s gevoel zich verzet tegen mijn wil de dingen te benoemen. Ze ziet het vijftal immers meer als wezens dan als mensfiguren. Impliceert ze daarmee dat de vijf mede door het door ons niet waarneembare ‘buiten’ zijn ingegeven?
Ziel
Ik opende dit blog met de ogen van Wachtertje. En zijn ogen niet de spiegel van de ziel? Of ze nu non-crossovers of crossovers zijn, personages of wezens, Ike’s beelden zijn en blijven beelden van brons of AcrylicOne, niet van vlees en bloed. Maar Alex de Vries wijst op de ‘materieloze uitwerking in de beleving’ van Ike’s beelden. Kortom, Ike’s beelden houden ons een spiegel voor. Van Ike’s en/of onze ziel?!
Bronnen
Harry J. Kraai, ‘Wezens uit een gedroomd land’
Alex de Vries, ‘Over Ike van Cleeff’, in Mister Motley, 2015
Sya van ’t Vlie, tekst bij ‘Duet 25’, 2006
website Ike van Cleeff
atelierbezoek en interview met Ike van Cleeff
Fotoverantwoording
Ike heeft me toestemming gegeven mijn eigen foto’s en die van Rob Moorees te plaatsen. Verder heeft Ike de foto van Kato Tan en eigen foto’s ter beschikking gesteld.